Peter

Ieder jaar rond kerstmis neem ‘k de latten in de hand

We gaan op skivakantie naar ; ’t Oostenrijkse land

Zeven dagen skiën in de sneeuw van wel een meter

Maar ’t mooiste van dit alles is toch wel die knappe Peter

 

Peter is de knapste skileraar van Oostenrijk

Ik smelt haast door de sneeuw heen als ik in zijn ogen kijk

Al vijf jaar heb ik les van hem, dat maakt me echt heel blij

And’re meisje ziet hij niet, hi j kijkt alleen naar mij (naar mij, naar mij, naar mij)

 

Refrein:

Met Peter (Peter) verveel ik me geen meter

Hoewel ik best goed skiën kan doe ik alsof ’t niet gaat

Ik wankel op mijn latten als hij weer eens naast me staat

Met Peter (Peter) verveel ik me geen meter

Want door Peter (Peter) gaat het stukken beter

 

Ik trek mijn mooiste skipak aan ga met de lift omhoog

De bergen in en sta dan even later oog in oog

Met de aller knapste leraar van dit mooie skigebied

Hij gaat met mij de berg af: zeg wie wil dit nu niet

 

En alle meiden zijn jaloers, want ik weet echt wel beter

Dat ik voor hem zijn liefste ben, dat zegt ie zelf die Peter

Wanneer jij hier bent, denk ik echt alleen nog maar aan jou

Je bent zo huups of zo zegt ie, (ja tuurlijk) je bent voor mij de vrouw

 

Refrein:

Met Peter (Peter) verveel ik me geen meter

Hoewel ik best goed skiën kan doe ik alsof ’t niet gaat

Ik wankel op mijn latten als hij weer eens naast me staat

Met Peter (Peter) verveel ik me geen meter

Want door Peter (Peter) gaat het stukken beter

 

Brug:

En toen op zondagmorgen had hij zich ziek gemeld (ahhhhh)

Een berggriep zei Peter, daar ben ik door gevel (hatsjoe)

Maar toen ik even later van de berg af wilde gaan

Zag ik ineens beneden Peter met een Heidi staan

 

Ik zoefde naar beneden als een echte kampioen (hoppahoppahoppahoppahop)

Hij zag mij komen en hij wist niet wat te doen

Zijn lessen kwamen goed van pas ik ging vlak voor hem staan

En brulde door zijn skimuts heen, wie de ski past trekt hem aan

 

Ja die Peter (Peter), ik vertrouw hem voor geen meter

En nu ik heel goed skiën kan, ga ’k zelf op de lat

Ja met die rare Peter heb ik het wel gehad

Ja die Peter, die schuif ik lekker aan de kant

Er woont vast wel een Franzl of een Heinrich of een Karl of een Stephan of een Dieter of een Horst

of een Uwe in het mooie Zwitserland

 

Ik blijf bij Peter